Essentials: Roman Flügel

German producer Roman Flügel may have hit the big time with “Geht’s Noch?”, but sift through his back catalogue and you’ll find a man with so many disguises, you’d be convinced he was the crazy one. To simplify matters, we single out Flügel’s essentials before he hits the Lente Kabinet stage this spring.

Over the years, Frankfurt-based artist Roman Flügel has released as many different production aliases as he has had hairstyle changes – from anthemic techno productions alongside production partner Jörn Wuttke as Alter Ego (the slick, main-room techno look: short, back and sides), to subtle, understated ambience as Sensorama (unkept and shoulder-length à la Danny Wolfers), and the wider deconstruction of genre and electronic form for Lawrence’s Dial Records under his own name (the experiment with a bowl cut circa 2004). We take a look at five essential works from a producer that defies pigeonholing, yet continually pushes the boundaries of forward-thinking club music and its environs. As well as hairstyles.

Words by Will Martin, photos by Nadine Fraczkowski

 

1. Roman vs. M/S/O – Make You Move (Ongaku Music, 1996)

A mid 90s post acid techno banger that saw Roman drop the Flügel and go head to head with fellow Frankfurt rave legend Heiko Schäfer. Still at home on the Panorama Bar dancefloor today: nearly 20 years after its original release on Ata’s (of Offenbach club Robert Johnson fame) Ongaku Music. Make Your Move marked an early example of Flügel’s power for creating stripped down, Detroit-inspired dancefloor destroyers. Syncopated 4/4 madness at its finest, Ron Morelli eat your heart out.

2. Acid Jesus – Jesus (Klang Elektronik, 1993)

Off-kilter dissonance for a post Fingers Inc. dystopian wasteland. Sitting somewhere in between Jeff Mills’ chugging kicks, Drexiya’s twisted melodies and Polygon Window’s analog weirdness, Acid Jesus was one of many early Flügel projects initiated alongside future Alter Ego band mate Jörn Wuttke. Jesus closed their eponymous LP with a refined grace, as eerie as it is painstakingly beautiful.

3. Roman Flügel – Geht’s Noch? (Cocoon, 2004)

Where Alter Ego’s Rocker saw Flugel rise to the controls as one half of a stadium techno superpower, it was with his own Geht’s Noch? (originally released on Sven Vath’s Cocoon imprint) that he solidified his strength amongst the dance music elite as an anthem-creator in his own right. While Steve Angello’s subsequent prog-leaning remix may have propelled the track into the mainstream (and towards the tanktop wearing Ibizan masses), it was the original’s screaming simplicity that saw it at its most powerful.

4. Sensorama – Echtzeit (Landomat 2000, 1995)

“Perfect Porn Music”: how one YouTube user took to describing Echtzeit, a key track off Welcome Insel, Flugel’s 1995 exploration of downtempo and ambience. Though the description isn’t that far off point: sultry, downtempo grooves sit alongside distant synth lines built to seduce. Flügel at his most sensual: a masterclass in the art of ambient sexual enticement.

5. Roman Flügel – How To Spread Lies (Dial, 2011)

Remember that moment when your eyes crossed your ex lover on the dancefloor, you came up… and that piano line! Oh, that piano line! Well, How To Spread Lies was playing. The perfect sunrise, sunset – as well as the ultimate album opener for a record like Fatty Folders, a 60-minute excursion into groove-driven melancholic dancefloor bliss.

Utopie anno nu

1

Zaterdag 30 mei staat er een nieuwe editie van het Lente Kabinet in Het Twiske op het programma. Het avontuurlijke natuurgebied is voor deze vierde editie de gehele dag intiem ingericht met podia waar eigentijdse elektronische muziek, kunst en cultuur je zintuigen prikkelen. Onze Alexander liet zijn licht schijnen over het thema van dit seizoen, the future of nostalgia.

Door Alexander van der Weide

Het thema van het komende Lente Kabinet is the future of nostalgia. Dit lijkt zoiets te betekenen als: het verlangen naar een vroeger, waarin we nog met utopisch elan een toekomst durfden te schetsen. Een tijd waarin we nog fantasierijk konden dromen. Als ik aan mijn utopische jeugd denk, aan de fantasieën van mijn achtjarige ik, dan zie ik vooral bloederige tekeningen voor me. Ik was een meester in het schetsen van gewelddadige tableau vivants. Een kogelregen hier, instortende wolkenkrabbers daar, bloedplassen, onthoofdingen. En steevast een joviale krul van meester Ger in de linker bovenhoek. Ger vond het allemaal prima. Mijn ouders niet, geloof ik.

2
Later, op de middelbare school, verschoof mijn belangstelling van destructie naar reproductie. Als ik nu door mijn Franse werkboek blader, maakt mijn dertienjarige evenknie een onuitwisbare indruk. Ik was blijkbaar een soort porno-psychotische tiener. Overal om de Franse woordjes stuiteren stijve pikken en balzakken gezellig rond. Al dan niet in copulerende staat. De laatste keer dat ik iets heb getekend was overigens zo’n twee jaar geleden, tijdens een psychologisch groepsspel. We werden geacht onze duim zo natuurgetrouw mogelijk na te tekenen. Vijftien minuten later staarde ik plots naar een utopisch ‘duim-omhoog’-teken. Een aangename gewaarwording.

3

Ik weet dus niet zeker of de verbeelding van vroeger zo utopisch was. Het lijkt erop dat de grens tussen utopie en dystopie in mijn jeugd moeilijk te trekken was. En geldt hetzelfde niet voor de geschiedenis? Neem nou het Futuristische Manifest (1909) van Fillipo Marinetti: de beginselverklaring van een nieuwe kunststroming. Al snel is deze utopische tekst toegeëigend door de Italiaanse fascisten. Marinetti beoogde in zijn manifest een utopie van strijd, vooruitgang en nieuwe technologieën. Ik citeer punt tien uit zijn manifest: “10. Wij willen de musea vernietigen, de bibliotheken, academies van elk soort, en strijden tegen moralisme, feminisme en tegen ieder soort opportunistische of vulgaire lafheid.” Haaallo.

4
Omdat utopieën nadien Europa eigenhandig in enkele decennia hebben geruïneerd, is de utopie sinds de jaren vijftig in het verdomhoekje geraakt. Daar komt de laatste jaren verandering in. De utopie, als gedachte-experiment, als inspirerende toekomstvisie, maakt een comeback; onder andere door een mooie aflevering van Tegenlicht gepresenteerd door Rutger Bregman. Deze onspectaculair verstandige historicus pleit voor de bescheiden utopie: niet alles wat we hebben moet worden vernietigd om een nieuwe toekomst te kunnen creëren. We moeten juist voortborduren op de verworvenheden van het verleden om ons goed te kunnen oriënteren op een radicaal andere toekomst, aldus Bregman. Een soort utopie light dus.

5
Maar waarom moeten we überhaupt aan de utopie? Een kleine toer door de wandelgangen van het 2.0 leert ons dat utopie letterlijk ‘gelukkige, maar niet-bestaande plek’ betekent. Een toekomst als een hypothetisch oord, een toekomstbeeld als voorstel. Het belang van de utopie ligt dus in zijn kritische blik op het heden: de wil om vooruit te komen, het anders aan te pakken, beter. En zeg nou zelf, er kan best wat beter. Hebben ze bijvoorbeeld al wifi in Drenthe? En waarom krijgen de tweelingbroertjes Cynisme en Apathie de meeste likes op facebook? Omdat we niet meer durven te dromen, pik.

6
Laten we teruggaan naar die tijd in de schoolbanken, waarin we nog onbevangen pikken en bloedbaden konden tekenen. Een speelplek waar fantasieën niet als naïef, onpraktisch of zelfs gevaarlijk werden weggezet. Het Lente Kabinet schijnt zo’n microkosmos te bieden. Het is een plek waar ruimte is voor ‘verschillende werelden, verschillende stemmen’, zo benadrukte een organisatrice. Ik werd er helemaal week van, moet ik bekennen. En laat ik dan ook maar woord bij daad voegen, mijn scepsis terzijde schuiven, en kijken of het Lente Kabinet echt zo’n utopisch laboratorium vormt. Want wat zou het mooi zijn als het lichaam werkelijk mag verlangen, dansen, inspireren en bevrijd zijn van de gephotoshopte wens-ikken en het verlammende realisme van tegenwoordig. Kom je ook?